Anti-pestbeleid Basisschool Hamont-Lo

1. Visie

Deze visietekst heeft als doel dat alle kinderen zich veilig voelen aan onze school zodat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen. Door regels en afspraken zichtbaar te maken voor
kinderen en volwassenen zetten wij een eerste stap in de goede richting om het pesten aan te pakken. Daarnaast leren wij de leerlingen op een gezonde manier voor zichzelf op te
komen.

2. Duiding
Niet in elke situatie is er sprake van ‘pesten’. Wanneer kinderen af en toe plagen, met iemand lachen, ruzie maken, discussiëren, een woordenwisseling hebben… is dit geen pesten. Pestgedrag

wordt nooit getolereerd.
anti pestbeleid01
Vormen van PESTEN:

  • Verbale pesterijen: Schelden, beledigen, chanteren, roddelen, …
  • Fysieke pesterijen: Schoppen, slaan, knijpen, spugen, duwen, …
  • Materiële pesterijen: Beschadigen/ afnemen/ verstoppen van eigendommen
  • Mentale pesterijen: Bedreigen, dingen laten doen, …
  • Sociale pesterijen: Uitsluiten, negeren, manipuleren, anderen aanzetten tot buitensluiten, …
  • Cyberpesten: Pesten via elektronische middelen zoals e-mail, sociale media

3. Aanpak
3.1 Preventieve maatregelen:
3.1.1 Sociale vaardigheden:

We streven naar een optimaal school- en klasklimaat, met aandacht voor normen en waarden die we vanuit de identiteit van de school belangrijk vinden. We gaan voor een vriendelijk en veilig klimaat. Pas als een kind zich veilig voelt kan het zich optimaal ontwikkelen.

  • Axenroos

    Maandelijks staat een dier van de Axenroos in de kijker. Er wordt eerst op schoolniveau gewerkt met een maandopening. Het dier wordt vervolgens in de klas verder besproken.

  • MEGA-project

    De leerlingen van het zesde leerjaarjaar krijgen extra weerbaarheidstraining tijdens de MEGA-lessen die door de klasleerkracht, maar ook door externen (politie, CLB) gegeven worden.

  • Week tegen pesten

    Elk jaar doen we mee aan de Week tegen pesten. Het thema wordt in die week extra besproken in de klas. Verder wordt ook het lied aangeleerd en de ‘move-tegen-pesten’ wordt met de hele school gedanst.

        3.1.2 Regels en afspraken:

 

        Ter stimulering van een positief schoolklimaat worden regelmatig in iedere klas de schoolregels over omgaan met elkaar besproken. Als school hebben we voor een vijftal positieve regels gekozen. We vinden het belangrijk dat deze regels doorleefd worden door de hele school. De regels worden gevisualiseerd in pictogrammen om ze voor elke leerling duidelijk te maken.

Wij zijn beleefd tegen elkaar.
Wij hebben respect voor elkaar en elkaars materiaal.
Wij luisteren naar elkaar en laten elkaar uitspreken.
Wij spelen samen
Wij helpen elkaar.

Verder heeft elke klas zijn eigen regels en afspraken, aangepast aan de klasgroep.

3.1.3 Aanspreekpunt:
In de eerste plaats zijn de leerkrachten, met de zorgleerkracht op kop, het aanspreekpunt voor de leerlingen. Omdat dit voor sommige leerlingen een te hoge drempel is, voorzien we op schoolniveau ook een postbus in het jaarthema van de Axenroos. De leerlingen kunnen steeds briefjes schrijven en deze posten.

3.1.4 Speelplaatsbeleid:

    • Inrichting
      Op dit moment zijn we volop aan het bespreken hoe we de speelplaats zo optimaal mogelijk kunnen inrichten. Dit zal vanaf volgend schooljaar (2018-2019) toe in orde gebracht worden.
    • Materialen en activiteiten
      Om de leerlingen te stimuleren om op een fijne manier samen te spelen voorzien we in aantrekkelijk speelmateriaal voor alle leeftijden. Jaarlijks wordt hier een bepaald budget voor vrijgemaakt. We evalueren op het einde van elk schooljaar wat er beter kan.
      Daarnaast loopt op de school het SMOS-project. Hierbij voorzien leerlingen van het zesde leerjaar een speelplaatsactiviteit voor de leerlingen van de laatste kleuterklas en de eerste graad.
    • Toezicht

      Van de leerkrachten en de middagtoezichters wordt verwacht dat ze actief toezicht houden, leerlingen observeren en aanspreekbaar zijn. Ze dienen hierbij de schoolregels in acht te houden. Om beter zichtbaar te zijn dragen de leerkrachten steeds een fluohesje.
      De surveillancelijst wordt aan het begin van het schooljaar verstrekt. Hierbij wordt een bijlage voorzien waarop specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen vermeld worden die bij het hele schoolteam bekend moeten zijn.

    • Afspraken:

      De schoolafspraken zoals eerder vermeld zullen ook op de speelplaats nageleefd worden. Verder wordt er gebruik gemaakt van een speelrooster. Dit geeft aan welke leerlingen wanneer waar mogen spelen. We streven hiermee naar rust en duidelijkheid op de speelplaats.

    • Belonen

3.1.5 Sociogram
Jaarlijks wordt er door de leerkrachten en de zorgleerkracht een sociogram ingevuld. Dit wordt gebruikt om klasindelingen te maken, maar ook om de sociaal kwetsbaardere kinderen in kaart te brengen. Aan de hand van dit sociogram kan indien nodig een groepsplan opgesteld worden.

3.2 Signalering en analyse
In de signalering van pesten is een goede communicatie heel belangrijk. In de eerste plaats is de zorgleerkracht de contactpersoon rond pesten op school. Soms echter wordt het probleem bij een klasleerkracht, (groot)ouder, leerling… gemeld. In dit geval zal de zorgleerkracht steeds op de hoogte gebracht worden en overleggen met de klasleerkracht hoe het probleem aangepakt zal worden. Ook de directie zal in eerste instantie steeds doorverwijzen naar de zorgleerkracht.
De zorgleerkracht zal ook regelmatig de postbus leegmaken en deze onderwerpen oppikken met de klasleerkracht en leerlingen, eventueel in naam van het hoofdpersonage van het jaarthema van de Axenroos.
We bekijken het probleem steeds vanuit de verschillende invalshoeken. Op deze manier proberen we de context te verduidelijken en na te gaan of het effectief om een pestprobleem gaat. Volgende vragen kunnen hiervoor een leidraad zijn:

  • Wat is er precies gesignaleerd?
  • Wie is allemaal betrokken?
  • In welke vorm wordt er gepest?
  • Wanneer is het gesignaleerd?
  • Was er sprake van pesten of plagen?
  • Wat is de reactie van de pester en het slachtoffer?
  • Is er reeds eerder iets opgevallen?
  • Welke aanpak werd reeds toegepast?
  • Voor welke hulp is het kind ontvankelijk?

3.3 Curatieve aanpak:
Vooraleer er effectief tot actie wordt overgegaan, worden steeds de ouders en het team op de hoogte gebracht van het pestprobleem.
Als eerste actie zal de zorgleerkracht in gesprek gaan met de verschillende partijen. In overleg met de zorgleerkracht kan er afgesproken worden wie er bij de hierop volgende gesprekken betrokken zal zijn.

3.3.1 No-blame-methode:
In deze aanpak wordt een groepje leerlingen met zowel de pester, de gepeste en de toeschouwers samengesteld. Zij moeten samen tot de oplossing komen.

  1. De zorgleerkracht heeft eerst een gesprekje met het slachtoffer. Samen met het slachtoffer wordt bepaald wie in de no blame-groep zit. Deze groep (6 – 8 personen) wordt samengesteld uit pester, meelopers en neutralen. Het slachtoffer zelf maakt geen deel uit van de groep.
  2. De zorgleerkracht nodigt de groepsleden uit en meldt deze leden dat ze verwacht 

    worden voor hulp bij het oplossen van een probleem, namelijk het welbevinden van het 

    slachtoffer op te krikken. De leden formuleren elk hun voorstellen in de ik-vorm. 
  3. Na een week komen de groepsleden afzonderlijk op gesprek. Indien de gepeste leerling 

    niet echt tevreden is over het resultaat worden er samen met hem nieuwe doelen 

    besproken. Het is denkbaar dat met dezelfde groep de procedure hernomen wordt, maar 

    het is evenzeer denkbaar dat een nieuwe groep wordt samengesteld.

 

 

Hier kunt u ons anti-pestbeleid downloaden. 

Bestanden:

Anti-Pestbeleid Basisschool Hamont-Lo

 

Datum 26-10-2018 Bestandsgrootte 549.53 KB Download 7
  Download